Home
Index
Baarlo Heerlijkheid
Baarlo na 1794
Baarlo kerk
Kessel Heerlijkheid
Kessel  na 1794
Kessel  kerk
Land en Ambt Kessel
Overkwartier v.Gelre
Hist.  documenten
Contactformulier

201                                                                                                                                                                                                                                                     

BRAND TE BAARLO in 1826

In het jaar 1826 heeft te Baarlo een brand gewoed, waarbij nogal veel schade is geweest . Onderstaand een brief van de burgemeester aan de gouverneur.

kantlijn:  geleden schade door brand-aanvraag tot onderstand Baarlo den 3 julij 1828
Gouverneur,
Zedert twee  jaren te Baarlo eenige arme inwoners, door brand groote schade geleden hebbende, waarvan het relaas den 8 mei 1826, opgemaakt aan uwe excellentie ingezonden en in welk relaas den schade was aangeduid, als voor dezelfde van een afgebrand  huis Theresia Sanders   florins 195,00 en aan verbrande meubels  15,00 aan Pieter Stemes aan dito helften 65,00 meubels
nog van een afgebrand huis  de helfte van     10,00    Johanna Kessels   218,00 De wederhelfte van dit huis aan Jan Kessels 195,00 aan meubels 25,00 en aan Gertruij Jacobs aan meubels 25,00
nog aen meubels voor Willem Thijssen 105,00 en aan Martina op Schroef 50,00 van alle deze schades is aan twee personen onderstand uit het fonds voor kwade personen verleend, teweten aan Pieter  Stemes fl. 29,00 en aan Gertruij Jacobs wed. Johan Verhard fl. 25,00
De overige hiervoren vemeld, hebben niets genoten. Deze menschen zijn geheel geruineerd geworden door deze brand en hadde gene middels om wederom nieuwe huisen te kunnen bouwen.
Zoo neme ik de vrijheid mij aan uwe excellentie  te wenden en zeer onderdanigst uwe excellentie te verzoeken deze menschen eenige onderstand te gelieven aan te vragen.
De Burgemeester.
RHCL
© H. Brueren  november 2006

 

202

ONTEIGENING VEERRECHTEN TE BAARLO 1815

Uit de tijd dat de halve heerlijkheid Baarlo toebehoorde aan de eigenaren van De Berckt stamt ook het veer-recht van de overtocht over de Maas te Baarlo.  Tijdens de Franse bezetting werden de heerlijke rechten alsmede het leenstelsel afgeschaft. De eigenaar van de rechten Baron d'Olne had er geen vergoeding voor ontvangen. In onderstaand schrijven vraagt Baron W. d'Olne aan het Gouvernement alsnog schadeloos te worden gesteld.

Brief van het Gouvernement aan Baron W d’Olne.   

Hoogwelgeboren heer Baron d’Olne te Baarlo

Veeren op de Maas

Den 4 April 1827

Op de 5 meert jl. had ik de eer u welgeb. te stellen mondeling te verzoeken nieuwe en positieve inlichtingen opzigtelijk aen den wijlen den heer u vader gedanen reclamatie van schadevergoeding wegens het verlies van het veer op de Maas te Baarlo. Deze inrichting en die u welgeb. mij beloofd hier onverwijld te laten toekennen niet ontvangen hebbende zijn thans onontbeerlijk geworden en zullen ten allerspoedigste ten behoeve aan mij te worden medegedeeld. De gedane declaratie kan als tweeledig beschouwd worden, te weten wegens het gemis van het exclusieve pachtrecht den wijlen de eheer uw vader titulo venoso verkregen en als schadevergoeding van de waarde der materialen. De bij de reclamatie overgelegde stukken is het eerste punt genoegzaam gehalden. Betrekkelijk tot het tweede punt blijkt uit het uit de bijgelegen nr. 5 dat het bedoelde veer slechts à Titre de Seguestre overeenkomstig het bepaalde bij art. 10 den niet van 6 form 7 jaar aan … …  … … … is gelaten tot … [onleesbaar] Van de overdracht van het veer aan den nieuwen pachter.Indien er geenen blijken voorhanden zijn van eene betaling der waarde van die materialen van het Franse Gouvernement is het mogelijk dat volgens art. 28 en 29 de dikwerf genoemde met die betaling den nieuwen pachter is voldaan. Er zal dus van de zijde u hoogwelgeboren gemakkelijk kunnen worden opgelost. Wanneer het genot van het veer à titre de seguestre is komen op te houden. ? Wien hetzelve veer daer op bij de verpachting door het Franse Gouvernement heeft bekomen ? Den welke opheldering  u hoogwelgeb. al spoedig zal vernemen of de betaling der materialen door het Fransche Gouvernement of door eenen nieuwen pachter en door wie heeft plaats gehad. Wanneer nu intussen het eerst onafgebroken veer voor rekening van den Heer Baron uw vader of van u welgeb. In vorige jaren is worden aangepachten de verpachting thans bij enen anderen zou bestaan, moeten de opwekkingen der terugvergoedingen van het veer in de vergeef van hetzelve  aan uwen opvolger gericht worden. U welgeb. Zal mij nu ontrent dese punten wel met de meeste spoed gelieven in te lichten.

Antwoord op vragen van het Gouvernement door  Baron d’Olne:

Aan den weledelen Gestrengen Heere Michiels van Verduijnen, Distrikts en Militie Commissaris te Roermond

Baarlo den 20 april 1827

Ter beantwoording uwer missive van den 4 e dezer no 32 bis heb ik de eer u  weledel. Gestrengen heer te berigten dat het Fransche Gouvernement mijn vader noit uit het bezit van de overvaart over de Maas te Baarlo gezet heeft en is in zijne bezitting gebleven totdat voornoemde overvaart  door het tegenwoordige  Gouvernement publijk is verpacht geworden, dit geschiede wie ik geloove in het jaar 1815, waarop mijn vader eene reklamatie voor schadevergoeding wegens het verlies van het veer over de Maas te Baarlo indiende, door de aanpachter van voornoemde veer zijnd ervaarde van die materialen niet betaald worden, ook niet door het Fransche Gouvernement, dewijl dat nooit tot verpachting is overgegaan. Ik heb de Eer met ware Achting te zijn. Uw Ed. Gestrenge onderd. Dienaar  W. Baron d’Olne

Bron: RHCL 04.01 Prov. Arch. 16026 (C) H. Brueren november 2007

 

203

Postkoets te water in de Maas te Baarlo 1824

De  route van de postkoets voerde in vroeger jaren van Maaseik naar Venlo en kwam over de buurtschap de Heuvel (vroeger ook wel reisheuvel genoemd) in de Vergeld in Baarlo, alwaar de oversteek werd gemaakt met het veer op de Maas, om vervolgens via Steyl naar Venlo te rijden. Zo ook op maandag 29 maart 1824. De postkoets kwam in de Maas terecht zoals uit onderstaand proces verbaal blijkt.

Projustitiat. In het jaar achtienhonderdvierentwintig den negen en twintigsten Maart tussen acht en negen uren voormiddag compareerde voor ons Guillaume Baron d’ Olne, schout waarnemende  de functie van kommissaris van Politie binnen de gemeente Maasbree, arrondissement Roermond, Provincie Limburg, de heer Willem Conraetz, postmeester van den brievenpost te Venlo en aldaar woonachtig, denwelke ons te kennen gaf, dat de gepasseerde nacht, den postillon, denwelke den brievenpost rijde, komende van Maaseik om na Venlo te rijden, met zijn chaise en paard in de Maas gevallen was. De voornoemde heer Postmeester verzoekde ons hierover proces verbaal te dresseren.Wij vervoegden ons dadelijk met den heer Postmeester ter plaatse alwaar de chaise met paard aangedreven waren, circa een vierdel uur onder de overvaart over de Maas te Baerlo (Gemeente Maasbree) en wij vonden de postillon met differente andere mensen bezig om chaise en paard, hetwelk reeds verdronken was, uit de Maas te trekken. Wij verzoekden den postillon zich op de secretarie voornoemder Gemeente te vervoegen, om aldaar op onse vragen te antwoorden, hetwelk hij ook terstond dede. Wij hebben hem alzo volgende vragen gedaan: Hoe is uwen naam? Hij antwoorde Martinus Hanraths, oud zeven en dertig jaren. Waar woont u? te Maaseik Welk is uw beroep? Postillon van den brievenpost van Maaseik op Venlo voor mijnheer Majet te Maaseik. Waarvan komt U? Van Maaseik willende rijden op Venlo. Wie of op welke aard is het paard en de chaise in de Maas geraakt? Ik ging langs de chaise uit rede van koude voeten en door eenen pijtsenslag, om de veerlieden te adverteren dat ik kwaam, verschrikt de zuts (knal) het paard, vong aan te loopen, ik hiel hem met den toomen en door het sterk houden is den toom gebroken en vervolgens is het paard in de Maas geloopen, het paard in de Maas zijnde ben ik hetzelve nagesprongen, om hetzelve nog te redden. Ik heb hetzelve de kop opgehouden, maar door het slagen van het paard met de voorste voeten vatte het mij in den mantel en ik kwaam onder het water en moeste het paard loslaten om mij zelfs te redden. Waar is de falies met de brieven gebleven? Als ik weer boven het water kwaam snapde ik met groote haast de falies, dewelke reeds uit de chaise dreef. Voornoemde heer postmeester heeft ons gedeclareerd, dat de depechen, de dewelke de voornoemde postillon mede gebragt heeft wel een wenig naat, maar dog onbeschadigd aangekomen zijn.

Van dit alles hebben wij het tegenwoordige proces verbaal opgemaeckt en na voorlezing met de comparanten ondertekend te Baerlo op datum als voren, hetwelk in originali aan zijne Excellentie den heer Gouverneur dezer provincie, wie mede een afschrift aan den weledelgestrengen heer Arrondissements kommissaris en een afschrift van hetzelve aan den heere Directeur van de Posten, wonende te Maaseik zullen overgelegd worden.

waren geteekend: G. Baron d’Olne W. Conraetz  Voor eensluidens afschrift. De schout voornoemd G. Baron d’Olne  Bron: RHCL 04.01 nr. 12025  (C) H. Brueren

 

 


 

archiefvaria