ARCHIEFVARIA                            Archiefvondsten Overkwartier van Gelre
 




001  Baarlo in de Middeleeuwen.


 

Baarlo na de laatste ijstijd.
Zoals op de kaart is te zien, strekte de Maas-arm bij Baarlo zich aan beide zijden van de Maas uit van Kessel tot Venlo.
Aan de linkerzijde ging deze tot bij de verhoging in het landschap aan het einde van de Bong, Soeterbeek en Dubbroek tot Hout-Blerick.
Aan de rechterzijde van Reuver tot Venlo met de verhoging ongeveer langs de grens met Duitsland, de z.g. “Steil-rand.”

 

 Aan de linkerkant van de Maas ligt midden in de arm een verhoging van Baarlo tot Hout-Blerick.
Op de punt van deze verhoging is Baarlo ontstaan.



De Kwistbeek komt van Maasbree bij Soeterbeek Baarlo binnen, buigt bij de Hetterikstraat af naar rechts en gaat dan via de Helling weer naar links en vanaf de Maastraat naar rechts (ondergronds) tot De Hofacker en dan weer naar links om langs de Ingweg weer naar rechts te gaan om bij de veerpont in de Maas te stromen.
Water stroomt altijd naar het laagste punt en kon vanaf Soeterbeek dus niet rechtdoor naar de Maas maar moest een omweg zoeken, zoals boven omschreven. Het verval van de Kwistbeek bedraagt vanaf de brug op de weg naar Maasbree tot aan de monding van de Maas 9 meter.
Immers de verhoging waarop de kom van Baarlo ligt zat in de weg, De hoogte boven NAP waarop de kerk is gelegen is 25 meter de kasteelweide is 20 meter, bij de veerpont 13 meter en de hoogte van het Dubbroek circa 19 meter terwijl de hoogte in de Vergelt circa 18 meter boven NAP ligt.
De Hoogstraat en de Helling hebben die naam natuurlijk om een reden. De hoogte van de Hoogstraat ter hoogte van het begin tot de brug bij de Voort heeft een verval van bijna 3 meter. Komend van de Voort ging het tot het Marktplein behoorlijk omhoog, terwijl de Hoogstraat ten opzichte van de tegenwoordige Spruncklaan ruim 2 meter hoger ligt.
Een verklaring van de naam Baarlo zou kunnen zijn Baar = kaal Lo = Bos. Rondom deze verhoging, denk aan het Dubbroek was kleiafzetting door de Maas en dus vruchtbaar. Er groeiden waarschijnlijk bossen. Op het verhoogde stuk was het minder vruchtbaar met minder of geen bosgroei. Dus “kaal.” Bij bossen in die tijd moet men denken aan loofbossen. Dennenbossen waren hier nog niet die zijn ingevoerd en geplant vanaf de 16e eeuw.


Interessant is nog te vermelden dat op het punt waar de beek een scherpe bocht naar links maakt bij de Helling, lag in voeger tijden hoeve de Voort.
De naam van deze hoeve is ontleend aan het woord “Voord” wat betekent: “een doorwaadbare plaats in een beek of rivier”. Er was immers geen brug.
Dit was de oversteekplaats van de weg van Baarlo naar Kessel die kwam vanaf Hout-Blerick en via de Hei, de Hert, de Kieénweg de d’ Olnestraat en de Kerkveldstraat uit kwam bij de Helling en hier dus de Kwistbeek over stak.
Interessant is ook de afkomst van de naam van Enckevoort. Op het adres Kieenweg 7 lag in vroeger tijden de boerderij van Enckevort. Deze naam is als volgt te verklaren: Een Enck was een vruchtbaar gebied, waar de gewassen goed groeiden, de tegenwoordige Bong.  Zoals bovenstaand al verklaard is een Voord een doorwaadbare plaats, in dit geval over de Kwistbeek. Vlakbij ligt een brug over de Kwistbeek. Dus De voort was een toegang tot de Enck.  De boerderij was ook het stamhuis van de familie van de latere kardinaal Willem van Enckevoort geboren in Mierlo, (1464-1534) in Rome, die bevriend was met Paus Adrianus VI (1459-1523). (Enige Nederlandse Paus). Ook was kardinaal van Enckevoort de opvoeder van Karel V.

 

De kerkheuvel.
Het verhaal gaat dat in vroeger tijden de heuvel waarop de kerk is gebouwd zou zijn opgehoogd.  Dat is aannemelijk, de Kerk moet boven alles uitsteken, het was het belangrijkste gebouw van het Dorp. Toen in de 19e eeuw de kerk te klein werd, ging men over tot de bouw van een geheel nieuw kerkgebouw, onder architect P.J.H. Cuypers. Het zand om de heuvel te maken moest natuurlijk zo dichtbij mogelijk worden gehaald. Als we nu op de kaart kijken zien we een zandgroeve in het landschap dat zich uitstrekt vanaf de Grotestraat tot de Molenberg. Het is dus zeer waarschijnlijk dat de heuvel waarop de kerk is gebouwd met zand uit deze groeve is opgehoogd.
Wanneer we aannemen dat de eerste kerk rond de twaalfde eeuw is gebouwd en Baarlo nog een zeer kleine nederzetting moet zijn geweest, de ophoging heeft plaats gevonden in latere tijd toen een nieuwe (grotere) kerk werd gebouwd. De zou kunnen inhouden dat de fundamenten van het eerste kerkgebouw uit de 12e eeuw zich onder het opgehoogde zand bevinden!
Een mooie uitdaging voor archeologen om eens een poging te wagen of hier iets van terug te vinden is, al zal het niet gemakkelijk zijn i.v.m. het grotere kerkgebouw dat nu op deze plaats bevindt.



 

 

 

Foto achterzijde Kerk uit 1878 genomen vanaf de Maasstraat.

 

 

Baarlo kreeg in de jaren 1870-1878 onder de pastoors van Dijck en Roersch een fraaie nieuwe kerk naar een ontwerp van architect Cuypers. In 1878 werd de kerk door mgr. Paradis geconsacreerd. In november 1944 viel de kerk ten offer aan de zinloze vernietigingsdrang van de Duitsers.


Het Maasdal tussen Eijsden en Mook
Het Maasdal bevat een rijkdom aan archeologische vindplaatsen met informatie over de bewonings- en gebruiksgeschiedenis door de eeuwen heen.

Een aanrader is onderstaande publicatie over de Maas.
Publicatie door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed:

 

https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2018/01/01/het-maasdal-tussen-eijsden-en-mook