ARCHIEFVARIA                            Archiefvondsten Overkwartier van Gelre
 

200 BAARLO na 1794

                                                                                                                            

BRAND TE BAARLO in 1826

In het jaar 1826 heeft te Baarlo een brand gewoed, waarbij nogal veel schade is geweest . Onderstaand een brief van de burgemeester aan de gouverneur. 

kantlijn:  geleden schade door brand-aanvraag tot onderstand Baarlo den 3 julij 1828
Gouverneur,
Zedert twee  jaren te Baarlo eenige arme inwoners, door brand groote schade geleden hebbende, waarvan het relaas den 8 mei 1826, opgemaakt aan uwe excellentie ingezonden en in welk relaas den schade was aangeduid, als voor dezelfde van een afgebrand  huis Theresia Sanders   florins 195,00 en aan verbrande meubels  15,00 aan Pieter Stemes aan dito helften 65,00 meubels
nog van een afgebrand huis  de helfte van     10,00    Johanna Kessels   218,00 De wederhelfte van dit huis aan Jan Kessels 195,00 aan meubels 25,00 en aan Gertruij Jacobs aan meubels 25,00
nog aen meubels voor Willem Thijssen 105,00 en aan Martina op Schroef 50,00 van alle deze schades is aan twee personen onderstand uit het fonds voor kwade personen verleend, teweten aan Pieter  Stemes fl. 29,00 en aan Gertruij Jacobs wed. Johan Verhard fl. 25,00
De overige hiervoren vemeld, hebben niets genoten. Deze menschen zijn geheel geruineerd geworden door deze brand en hadde gene middels om wederom nieuwe huisen te kunnen bouwen.
Zoo neme ik de vrijheid mij aan uwe excellentie  te wenden en zeer onderdanigst uwe excellentie te verzoeken deze menschen eenige onderstand te gelieven aan te vragen. 
De Burgemeester.
RHCL
© H. Brueren  november 2006

 

202

ONTEIGENING VEERRECHTEN TE BAARLO 1815

Uit de tijd dat de halve heerlijkheid Baarlo toebehoorde aan de eigenaren van De Berckt stamt ook het veer-recht van de overtocht over de Maas te Baarlo.  Tijdens de Franse bezetting werden de heerlijke rechten alsmede het leenstelsel afgeschaft. De eigenaar van de rechten Baron d'Olne had er geen vergoeding voor ontvangen. In onderstaand schrijven vraagt Baron W. d'Olne aan het Gouvernement alsnog schadeloos te worden gesteld.

Brief van het Gouvernement aan Baron W d’Olne.   

Hoogwelgeboren heer Baron d’Olne te Baarlo 

Veeren op de Maas 

Den 4 April 1827 

Op de 5 meert jl. had ik de eer u welgeb. te stellen mondeling te verzoeken nieuwe en positieve inlichtingen opzigtelijk aen den wijlen den heer u vader gedanen reclamatie van schadevergoeding wegens het verlies van het veer op de Maas te Baarlo. Deze inrichting en die u welgeb. mij beloofd hier onverwijld te laten toekennen niet ontvangen hebbende zijn thans onontbeerlijk geworden en zullen ten allerspoedigste ten behoeve aan mij te worden medegedeeld. De gedane declaratie kan als tweeledig beschouwd worden, te weten wegens het gemis van het exclusieve pachtrecht den wijlen de eheer uw vader titulo venoso verkregen en als schadevergoeding van de waarde der materialen. De bij de reclamatie overgelegde stukken is het eerste punt genoegzaam gehalden. Betrekkelijk tot het tweede punt blijkt uit het uit de bijgelegen nr. 5 dat het bedoelde veer slechts à Titre de Seguestre overeenkomstig het bepaalde bij art. 10 den niet van 6 form 7 jaar aan … …  … … … is gelaten tot … [onleesbaar] Van de overdracht van het veer aan den nieuwen pachter.Indien er geenen blijken voorhanden zijn van eene betaling der waarde van die materialen van het Franse Gouvernement is het mogelijk dat volgens art. 28 en 29 de dikwerf genoemde met die betaling den nieuwen pachter is voldaan. Er zal dus van de zijde u hoogwelgeboren gemakkelijk kunnen worden opgelost. Wanneer het genot van het veer à titre de seguestre is komen op te houden. ? Wien hetzelve veer daer op bij de verpachting door het Franse Gouvernement heeft bekomen ? Den welke opheldering  u hoogwelgeb. al spoedig zal vernemen of de betaling der materialen door het Fransche Gouvernement of door eenen nieuwen pachter en door wie heeft plaats gehad. Wanneer nu intussen het eerst onafgebroken veer voor rekening van den Heer Baron uw vader of van u welgeb. In vorige jaren is worden aangepachten de verpachting thans bij enen anderen zou bestaan, moeten de opwekkingen der terugvergoedingen van het veer in de vergeef van hetzelve  aan uwen opvolger gericht worden. U welgeb. Zal mij nu ontrent dese punten wel met de meeste spoed gelieven in te lichten. 

Antwoord op vragen van het Gouvernement door  Baron d’Olne: 

Aan den weledelen Gestrengen Heere Michiels van Verduijnen, Distrikts en Militie Commissaris te Roermond 

Baarlo den 20 april 1827

Ter beantwoording uwer missive van den 4 e dezer no 32 bis heb ik de eer u  weledel. Gestrengen heer te berigten dat het Fransche Gouvernement mijn vader noit uit het bezit van de overvaart over de Maas te Baarlo gezet heeft en is in zijne bezitting gebleven totdat voornoemde overvaart  door het tegenwoordige  Gouvernement publijk is verpacht geworden, dit geschiede wie ik geloove in het jaar 1815, waarop mijn vader eene reklamatie voor schadevergoeding wegens het verlies van het veer over de Maas te Baarlo indiende, door de aanpachter van voornoemde veer zijnd ervaarde van die materialen niet betaald worden, ook niet door het Fransche Gouvernement, dewijl dat nooit tot verpachting is overgegaan. Ik heb de Eer met ware Achting te zijn. Uw Ed. Gestrenge onderd. Dienaar  W. Baron d’Olne 

Bron: RHCL 04.01 Prov. Arch. 16026 (C) H. Brueren november 2007

 

203 

Postkoets te water in de Maas te Baarlo 1824 

De  route van de postkoets voerde in vroeger jaren van Maaseik naar Venlo en kwam over de buurtschap de Heuvel (vroeger ook wel reisheuvel genoemd) in de Vergeld in Baarlo, alwaar de oversteek werd gemaakt met het veer op de Maas, om vervolgens via Steyl naar Venlo te rijden. Zo ook op maandag 29 maart 1824. De postkoets kwam in de Maas terecht zoals uit onderstaand proces verbaal blijkt.

Projustitiat. In het jaar achtienhonderdvierentwintig den negen en twintigsten Maart tussen acht en negen uren voormiddag compareerde voor ons Guillaume Baron d’ Olne, schout waarnemende  de functie van kommissaris van Politie binnen de gemeente Maasbree, arrondissement Roermond, Provincie Limburg, de heer Willem Conraetz, postmeester van den brievenpost te Venlo en aldaar woonachtig, denwelke ons te kennen gaf, dat de gepasseerde nacht, den postillon, denwelke den brievenpost rijde, komende van Maaseik om na Venlo te rijden, met zijn chaise en paard in de Maas gevallen was. De voornoemde heer Postmeester verzoekde ons hierover proces verbaal te dresseren.Wij vervoegden ons dadelijk met den heer Postmeester ter plaatse alwaar de chaise met paard aangedreven waren, circa een vierdel uur onder de overvaart over de Maas te Baerlo (Gemeente Maasbree) en wij vonden de postillon met differente andere mensen bezig om chaise en paard, hetwelk reeds verdronken was, uit de Maas te trekken. Wij verzoekden den postillon zich op de secretarie voornoemder Gemeente te vervoegen, om aldaar op onse vragen te antwoorden, hetwelk hij ook terstond dede. Wij hebben hem alzo volgende vragen gedaan: Hoe is uwen naam? Hij antwoorde Martinus Hanraths, oud zeven en dertig jaren. Waar woont u? te Maaseik Welk is uw beroep? Postillon van den brievenpost van Maaseik op Venlo voor mijnheer Majet te Maaseik. Waarvan komt U? Van Maaseik willende rijden op Venlo. Wie of op welke aard is het paard en de chaise in de Maas geraakt? Ik ging langs de chaise uit rede van koude voeten en door eenen pijtsenslag, om de veerlieden te adverteren dat ik kwaam, verschrikt de zuts (knal) het paard, vong aan te loopen, ik hiel hem met den toomen en door het sterk houden is den toom gebroken en vervolgens is het paard in de Maas geloopen, het paard in de Maas zijnde ben ik hetzelve nagesprongen, om hetzelve nog te redden. Ik heb hetzelve de kop opgehouden, maar door het slagen van het paard met de voorste voeten vatte het mij in den mantel en ik kwaam onder het water en moeste het paard loslaten om mij zelfs te redden. Waar is de falies met de brieven gebleven? Als ik weer boven het water kwaam snapde ik met groote haast de falies, dewelke reeds uit de chaise dreef. Voornoemde heer postmeester heeft ons gedeclareerd, dat de depechen, de dewelke de voornoemde postillon mede gebragt heeft wel een wenig naat, maar dog onbeschadigd aangekomen zijn. 

Van dit alles hebben wij het tegenwoordige proces verbaal opgemaeckt en na voorlezing met de comparanten ondertekend te Baerlo op datum als voren, hetwelk in originali aan zijne Excellentie den heer Gouverneur dezer provincie, wie mede een afschrift aan den weledelgestrengen heer Arrondissements kommissaris en een afschrift van hetzelve aan den heere Directeur van de Posten, wonende te Maaseik zullen overgelegd worden. 

waren geteekend: G. Baron d’Olne W. Conraetz  Voor eensluidens afschrift. De schout voornoemd G. Baron d’Olne  

Bron: RHCL 04.01 nr. 12025  

(C) H. Brueren 

 

204 

Pachtovereenkomst boerderij Haefackershoff  in 1838 

Wij Wilhelmina Baronesse van Erp verclaare te hebben verpacht gelijck wij verpachten mits deeses aan Johannes Berghmans en aan sijne huijsvrouw Margita Wolters; onse pachthoff genaamt Haefackershoff voor tijds van twaalf achterenvolgende jaaren begonst met half mey 1838. Edog partijen vrijstaande ten halver op te seggen mits sulxs geschiede op St. Remeijs te bevoorens en op condities hiernaar volgende:

De pachters sullen hebben deesen hoff in pachtinghe met landerijen Bemden en weijden, soo als sij de selve teegenswoordig in besit hebben. De pachters van den hoff aftreckende, sullen de wooninghe, stal en schuere overleveren in behoorlijkcke staath, gelijck sij hem aangevangen hebben, het strooye en voeder laetende op den hoff sonder iets daervoor te vercoopen ofte verbrengen, hetzije meste of andersints, saltende het huys ende de groesen en weyden verlaaten om half meij ende het land stoppelbloot volgens landts gebruijck. 

Sy sulle alle jaare moete vaagen ofte reyninge der waaterleyen, graaven en slooten ende walle repareeren en in staat houden en voor St. Jan de biesen en ander onkruijdt in de weyde sneyden ende vuersen uijtsteecken etz. op peene sulcxs op hunne koste door ons sal worden gedaan. 

Sij sulle geen houdt cappen als alleenlijk op de koijweijden, de boomhoff tot toemaacking van de weijde. 

Soo door haagelslag, heieren chracht of mistgewas, daar ons God voor behoeden wil; de Pachters groote schaade quaame te leijden, sulle sij naar propportie van de geschaade quijdtslag genieten, edog voor een weenigh niet moogen klaagen. 

De Pachters sulle de jaarlijckse Chins van deesen hoff aan het huijs en Borgh Baerlo betaalen, wie ook aan de gemeente alhier de belastinge of contributien; dog indien het hooger dan hondert en vijftig gulden Cleefs mogte koomen sulle wij gehoude wesen het meerdere te betaalen. Sij sulle ook de gewoonlijcke thiende blijve betaalen en aan ons een kop raapzaat en twaalf stuivers cleefs in plaats van een capuijn, weegens aflossing van twee jaarlijckse rente welck voorheen aan de kerck moste betaalt worder worden. 

Ende aan ons voor pacht penninge vierhondert gulde cleefs in twee termijnen, den eenen om Kerstmisse ende den anderen om Paaschen. 

De Pachters van den hoff aftreckende sullen soo veel voerlandt laaten voor den volgenden halffman als sij gevonden hebben, te weeten drij morgens ende landerijen houden en hunne vooren en paalen, sonder van denselven iets te laaten verontrechten. 

De Pachters moeten de huijsinge en de andere gehuchten onderhouden in strooij, sulle wij de arbeijders de loon en andere materiaale betaalen ende sij de coste en dranck geeven soo als het gebruijckelijck is. 

De Pachters sulle in staan voor alle bier en Brandt en het geene door hunne onachtzaamheijdt aan de huijsinghen soude koomen, niet permiteere dat er tobac bij de huijsinghen stal of schuijren geroockt wordt, op peene dat sij selfs de amende daar toe staande sulle moeten betaalen behalven de schaade die daardoor veroorzaakt wordt. 

Sij moete versien sijn van een goede luchte om daar meede op stal te gaan. In val van militaire loogeringe, inquartieringe, kost en dranck vier en licht voor deselve ; sal sulckxs sijn tot des pachters private laste. 

Tot voorcoominghe van het geene voorss; hebbe wij verpachteresse ende pachter. 

Pachter ende pachteresse, onder verbandt van onse goederen, deese eijgenhandig onderteekendt waar van twee eenluijde actes gemaakt sijn. 

Baerlo den 23 October 1838 

Wilhelmina Baronesse van Erp 

J. Bergmans 

M. Wolters 

 

Bron: RAL 16.0514 nr. 32 d’ Erp

 

205

Elektriciteit in Baarlo in 1918. 

De eerste elektriciteit in Baarlo stamt van het begin van de 20 e  eeuw. 

Tegenwoordig kunnen wij absoluut niet meer zonder elektriciteit, wij vinden het heel normaal, zonder elektriciteit zou nu bijna niets meer functioneren! 

Onderstaan de oprichtingsakte van de Coöperatieve Electrische Centrale te Baarlo welke wij ontdekten in de Staatcourant van 1918. 

Het dorp was toen nog niet groot, er werden 83 aansluitingen gerealiseerd en het heeft nog heel lang geduurd voordat alle huizen buiten de dorpskern een aansluiting hadden. 

De buurtschap Oijen gelegen tussen Baarlo en Kessel werd pas in 1956 voorzien van elektriciteit ! 

Het is leuk om te zien welke mensen in 1918 in Baarlo woonden.  

 

Oprichting  Coöperatieve Electrische Centrale te Baarlo op 5-10-1918 


No. 5561. 

Coöperatieve Electrische Centrale, te Baarle, gemeente Maasbree.  

Voor mij, Hippolitli Malie Josepli Verheggen, notaris in liet arrondissement Roermond, ter standplaats Blerick, gemeente Maasbree, verschenen, in tegenwoordigheid Van de na te noemen getuigen, de weledele heeren:  

Mathieu -Janssen, bierbrouwer; II. Jan Holtackers, fabrikant; III. Henri Joosten, fabrikant; IV. Hubert van Bergen, timmerman; V. Hendrik Hilkens, wethouder, mede. namens de gemeente Maasbree, afdeeling Baarlo, en de Stoomzuivelfabriek Sint Odilia, gevestigd te Baarlo, allen wonende te Baarlo, gemeente Maasbree en handelende : a. voor zich en b. in hoedanigheid van lasthebbers, zoo tezamen als ieder afzonderlijk van: 1. den zeer eerwaarden heer Henri Bartels, Roomscb Katholiek priester en pastoor, als voorzitter van het kerkbestuur der parochiekerk te Baarlo en beheerder der pastorale goederen; 2. Hendrik Vossen, bakker; 3. Cornelis van den Eertwegh, tuinier; 4. Hendrik Rijs, landbouwer; 5. Willem Hubertus Hendrickx, onderwijzer; 6. Jan Wijnhoven, koster; 7. Gerard Segers, reiziger; 8. Willem Janssen, kleermaker; 9. Peter Wienden, timmerman; 10. Theodoor Görts, landbouwer; 11. Gerard Hutjens, schilder; 12. Piet Kerstjens, schoenmaker; 13. Mathieu Janssen, bakker; 14. Mathieu Timmersmans, metselaar; 15. Hubert Hendrix, tuinier; 16. Gerard Brueren, tuinier; 17. Johannes van Heur, brouwmeester; 18. Godfried Peeters, koopman; 19. Hubert Kessels, landbouwer; 20. Theodoor Peeters, landbouwer; 21. Johannes Bouten, metselaar; 22. Godfried Stammen, landbouwer- 23. Jacob van Bergen, herbergier; 24. Piet Janssen, metselaar; 25: Johannes Kessels, landbouwer; 26. Jean Heines, boomkweker; 27. Jacob van der Sterren, smid; 28. Hendrik Gossens, landbouwer; 29. Theodoor Thijssen, landbouwer; 30.Antoon Strous, landbouwer; 31. Herman Coenen, landbouwer; 32. Peter Geraedts, vormer; 33. Piet van Mierlo, klompenmaker; 34. Gerard Fleuren, bakker; 35. Hendrik Martens junior, molenaar; 36. Hubert van Betteray, herbergier, voor zich en namens den Landbouwbond, afdeeling Baarlo, te Baarlo; 37. Hendrik Gielen, landbouwer; 38. Laurens Wijnhoven, timmerman; 39. Peter Driessen, landbouwer; 40. Willem Theodoor Trienekens, winkelier; 41. Johannes Ottenheim, kantonnier; 42. Jan Geraedts, fabrikant; 43. Gerard Peeters, tuinier; 44.Servaas Engelen, landbouwer; 45.Hendrik Bol. arbeider: 46. Peter Johannes van Wijlick, landbouwer; 47. Hendrik Martens senior, molenaar; 48. Christina Bartels, tuinierster, weduwe van Hubert Brueren; 49. Jan Jacobs, winkelier; 50. Petronella Tercken, winkelierster, weduwe van Jan van Soest; 51. Josephina Gielen, brievengaarster, weduwe van Lambert Donders; 52. Joseph van Beek, kleermaker; 53. Mechtilda Peeters, naaister, weduwe van Piet Ottenheim; 54. Anna Catharina Putten, rentenierster; 55. Pierre van Bergen, schoenmaker; 56. Hubertina Hoefnagels, winkelierster, weduwe van Martinus Hoefnagels; 57. Maria Gooien, winkelierster, weduwe van Jacobus Johannes Janssen; 58. Antoon Berden, schilder; 59. Peter van Couwenbergh, landbouwer; 60. Jan van Megen, landbouwer; 61. Herman van den Eertwegh, klompenmaker, voor zich en namens de Coöperatieve Vereeniging Eigen Hulp; 62. Johannes Peters, tuinier; 63. Johannes Görts, landbouwer; 04. Maria Smit, landbouwster, weduwe van Jacob van Wijlick; 65. Joséph Görts, landbouwer; 66. Jan Janssen, winkelier; 67. Hendrik Janssen, metselaar; 68. Johanna Schürmann, weduwe van Johannes Bouten, arbeidster; 69. Mathieu Korsten, bierbrouwer; 70. Hendrik Grienen, voerman; 71. Jan Coenen, arbeider; 72. Herman Hermans, smid; 73. Hendrik Ewalds, koperslager; 74. Johannes Wolters, landbouwer; 75. Paulus Gielen, slager; 76. Johannes Beurskens, landbouwer; 77. Laurens Fleuren, kuiper; 78. mevrouw Josephine Imkamp, rentenierster, weduwe van Jules Füncken; 79. Gerard Laurensen, landbouwer; 80. Gerard Janssen, metselaar; 81. Johann Kluthausen, slager; 82. Pierre Bergmans, schoenmaker; 83. Engelbert Antoon Bruynen, landbouwer, allen wonende te Baarlo, gemeente Maasbree; blijkende van voormelde lastgevingen uit eene onderhandsche door de lastgevers geteekende akte van volmacht, welke, na door de lasthebbers in tegenwoordigheid van mij notaris en de getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door ons allen geteekend te zijn, aan deze akte is vastgehecht, welke comparanten voor zich en in qualiteit als voormeld verklaarden bij deze op te richten eene coöperatieve vereeniging en daarvoor vast te stellen de volgende voorwaarden en bepalingen: Naam en zetel. Art. 1. De vereeniging draagt den naam: Coöperatieve Electrische Centrale en is gevestigd te Baarlo, gemeente Maasbree. Doel. Art. 2. De vereeniging heeft ten doel aan hare leden electrischen stroom voor verlichting of andere doeleinden te verschaffen. Zij zal daartoe een electrisch net in het dorp Baarlo doen aanleggen en voorts kunnen overgaan tot het oprichten en exploiteeren eener electrische centrale of tot het van anderen betrekken van den benoodigden electrischen stroom. De vereeniging kan hare werkzaamheden ook tot niet-leden uitstrekken.  

Duur: Art. 3. De vereeniging wordt aangegaan voor den tijd van dertig jaar, ingaande met den dag waarop deze statuten in de Staatscourant verschijnen, behoudens verlenging of vroegere ontbinding ten gevolge van een besluit der algemeene vergadering overeenkomstig art-. 29 of krachtens de bepalingen dienaangaande, welke de concessievoorwaarden van de gemeente Maasbree vervat. Dienstjaar. Art. 1. Het vereenigingsjaar vangt aan den eersten Juli en eindigt den dertigsten Juni van elk jaar. Het eerste vereenigingsjaar vangt aan den dag waarop de statuten in de Staatscourant zijn opgenomen en eindigt, den dertigsten Juni daaraanvolgende. Domicilie:  Art. 5. Het domicilie van de vereeniging, alsmede van de leden, is ten kantore der vereeniging. Lidmaatschap. Art. I. leden der vereeniging zijn de oprichters én zij die later als lid worden aangenomen. De leden zijn verplicht voor de verlichting minstens één vertrek van de door hen gebruikte woonhuizen, kantoren, werkplaatsen, winkels, openbare gebouwen, fabrieken, of wat daarmede gelijkstaat, staande te Baarlo binnen het stroomgebied der vereeniging gebruik te maken van de door de vereeniging te leveren electriciteit. Art. 7. Wie lid wenscht te worden meldt zich daartoe aan bij het bestuur, dat zoo spoedig mogelijk over de toelating beslist en die beslissing schriftelijk aan den belanghebbende mededeelt. Afgewezenen kunnen binnen veertien dagen na den datum der mededeeling in beroep komen bij de algemeene vergadering, welke in hoogste ressort beslist. Art. 8. Elk nieuw lid moet binnen veertien dagen na de ontvangst der mededeeling van zijne toelating in het vereenigingsregister zijn naam teekenen of door eene notarieele akte van zijn toetreden doen blijken, welke akte in afschrift aan het register wordt gehecht. Art. 9. Het lidmaatschap is verbindend voor vijftien jaar of bij vroegere ontbinding der vereeniging tot den dag der ontbinding.  Art. 10. Het lidmaatschap is niet voor overdracht vatbaar, tenzij met schriftelijke toestemming van het bestuur. Art. 11. Bij overlijden blijft het lidmaatschap tenbehoeve van de erfgenamen en of rechtverkrijgenden voortbestaan. Art 1. Het lidmaatschap gaat verloren door ontzetting door de algemeene vergadering: a. bij indien een lid de bekwaamheid verliest door overeenkomsten te sluiten of in staat van faillissement wordt verklaard; b. wegens overtreding van bepalingen der statuten of het huishoudelijk reglement of benadeeling der vereeniging. De ontzetting wordt aan het lid schriftelijk medegedeeld per aangeteekenden brief. In geval van ontzetting maakt de algemeene vergadering tevens uit welk bedrag het ontzette lid als vergoeding der ten gevolge van de ontzetting door de vereeniging geleden schade aan deze moet betalen. De opzeggingen van het lidmaatschap worden ten aanzien van de leden en van derden alleen bewezen door inschrijving van eene daartoe strekkende verklaring op den kant van het in art. 8 genoemd register, naast den naam van liet uittredend lid of door eene notarieele akte in afschrift aan het. register gehecht. De ontzetting en vervallenverklaring hebben geen gevolg vóór hare inschrijving door het bestuur in gemeld register overeenkomstig art. 11 nummer 3 der Coöperatiewet. Bestuur. Art. 13. Het bestuur bestaat uit minstens vijf leden en wordt door de algemeene vergadering door en uit hun midden voor den tijd van vier jaar gekozen. Ieder jaar treedt een der bestuursleden volgens op te maken rooster af, met dien verstande, dat niet de voorzitter en de secretaris in hetzelfde jaar aftreden. De aftredenden zijn terstond herkiesbaar. Art. 14. Hét bestuur vertegenwoordigt de vereeniging in en buiten rechten en is verder bevoegd tot alle handelingen, binnen den werkkring der vereeniging vallende, voorzoover bij deze statuten niet anders is bepaald. .Art. 15. Het bestuur vergadert zoo dikwijls de voorzitter of twee andere bestuursleden dit noodig achten. Art. 1G. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel der vereeniging, stelt zijne bezoldiging vast en regelt zijne werkzaamheden bij instructie of reglement. Art. 17. Het bestuur heeft de voorafgaande goedkeuring noodig van de algemeene vergadering voor het koopen, verkoopen, vervreemden of bezwaren van onroerende goederen, voor het oprichten van nieuwe of het verbouwen van bestaande gebouwen, voor het opnemen van gelden en voor het sluiten van overeenkomsten van huur en verhuur van onroerende goederen. Art. 18. De bestuursleden zijn persoonlijk tegenover de vereeniging verantwoordelijk voor schade of verlies, ontstaan ten gevolge van kwade trouw, nalatigheid van het bestuur of van een zijner leden. De verantwoordelijkheid houdt op voor bet bestuurslid dat bewijst al het zijne te hebben gedaan of in de onmogelijkheid te zijn geweest om de schade of het verlies te voorkomen. Vergaderingen, Art. 19. Jaarlijks in de maand September roept het bestuur eene algemeene vergadering bijeen en legt aan deze rekening en verantwoording af van het beheer over het afgeloopen dienstjaar, waarbij wordt overgelegd eene balans en winst-en-verliesrekening. Goedkeuring dezer door de algemeene vergadering strekt liet bestuur tot décharge.. De algemeene vergadering heeft de bevoegdheid eene commissie van comptabiliteit te benoemen of desgewenscht zich door een deskundige te laten bijstaan voor het nazien en controleeren van de boeken, balans en winst-en-verliesrekening.  

Art. 20. Zoo dikwijls het bestuur zulks noodig acht, kan het eene buitengewone algemeene vergadering bijeenroepen. Het bestuur is hiertoe verplicht zoodra een/vijfde der leden dit schriftelijk verzoekt. Indien het bestuur hieraan binnen veertien dagen niet voldoet, kunnen de verzoekers zelf eene vergadering bijeenroepen. Art. 21. Ieder lid brengt ééne stem uit, met dien verstande, dat hij voor zich en als gemachtigde samen niet meer dan twee stemmen kan uitbrengen. Besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen. Drie/vierden van het aantal uitgebrachte stemmen wordt vereischt:         a. voor ontzetting van leden van het bestuur; b. voor het aanbrengen van wijzigingen in de statuten; c. tot ontbinding der vereeniging. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Art. 22. De stemming over zaken geschiedt mondeling, over personen bij gesloten briefjes. Art. 23. De voorzitter en bij diens ontstentenis de ondervoorzitter of een der bestuursleden, leidt de vergadering. Art. 24. Het huishoudelijk reglement en eventueele andere reglementen worden vastgesteld, aangevuld en gewijzigd door de algemeene vergadering. Zij mogen geene bepalingen bevatten in strijd met deze statuten. Kapitaal en aansprakelijkheid. Art. 25. Het kapitaal benoodigd voor de oprichting- en voor de verkrijging van een gebouw en van de machines met toebehooren, zal door de vereeniging worden geleend, onder aansprakelijkheid van al de leden der vereeniging voor gelijke aandeelen. Dit kapitaal wordt aangeduid onder den naam van stichtingskapitaal. Van dit kapitaal zal jaarlijks een gedeelte moeten worden afgelost. Bij insolvabiliteit van een of meer leden, zal hun aandeel pondspondsgewijze over de overige leden worden omgeslagen.  

Verplichting der leden. Art. 26. De leden der vereeniging zijn verplicht voor de verlichting van de door hen gebruikt wordende woonhuizen, kantoren, werkplaatsen, openbare gehouwen en fabrieken, uitsluitend gebruik te maken van de door de vereeniging te leveren electriciteit, uitgezonderd degenen die bij het passeeren dezer akte reeds eene electrische lichtinstallatie in gebruik hebben. Laatstgenoemden zijn echter niet gerechtigd hierbij andere dan reeds bestaande lichtpunten aan te brengen. 4n bijzondere gevallen kan door het bestuur ontheffing worden verleend van de verplichting in dit artikel opgelegd. Wanneer eene aanvraag tot ontheffing door het bestuur wordt geweigerd, heeft het betrokken lid het recht van beroep op de algemeene vergadering, die in hoogste ressort beslist. Art.27 Aan het Rijken aan de provincie kan electrische stroom worden geleverd, zonder dat deze lid van de vereeniging behoeven te zijn.  

Slotbepalingen: Art. 28. Bij huishoudelijk reglement, vast te stellen overeenkomstig art. 24, zullen buiten hetgeen in deze statuten is omschreven, nog bepalingen worden gemaakt, omtrent de vergaderingen van het bestuur, de bijzonderheden van het beheer en van de exploitatie, de verdere rechten en verplichtingen der leden, zoomede strafbepalingen in geval van overtreding of nalatigheid.  

Art. 29. Geen Voorstel tot verlenging of ontbinding der vereeniging of tot wijziging harer statuten wordt in overweging genomen dan in eene daartoe in het bijzonder bijeengeroepen algemeene vergadering waarin ten minste 2/3 der leden aanwezig moeten zijn. Tot aanneming van zoodanig voorstel wordt vereischt 3/4 van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. Kan geen besluit worden genomen op grond van het onvoldoend aantal der opgekomen leden, dan wordt de behandeling uitgesteld tot eene volgende algemeene Vergadering, waarin de dan aanwezige leden kunnen beslissen met 3/4 van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.  

Art. 30. Bij het eindigen der vereeniging geschiedt de vereffening harer zaken overeenkomstig- de wettelijke voorschriften. Het batig saldo zal alsdan gelijkelijk worden verdeeld onder hen die bij de ontbinding leden waren. Art. 31. Een gewezen lid blijft nog tot het einde van het boekjaar volgende op het boekjaar waarin hij heeft opgehouden lid te zijn, aansprakelijk door verbintenissen der vereeniging, aangegaan tot ziin uittreden of royement. Indien bij de gerechtelijke of buitengerechtelijke vereffening van den boedel der vereeniging blijkt, dat hare activa ontoereikend zijn om hare verbintenissen te voldoen, zal ieder lid aansprakelijk zijn voor gelijk aandeel. Art. 32. De leden, hunne erfgenamen'en/of rechtverkrijgenden verplichten zich alle de tot het in stand brengen en houden van het electrisch net benoodigde werkzaamheden, zooals het plaatsen van palen, het aanbrengen van steunpunten en zoo voort op en/of aan hunne eigendommen toe te staan. Eventueele vergoedingen worden door het bestuur vastgesteld. Art. -33. Alle geschillen over de uitlegging en toepassing dezer statuten ontstaan, worden beslist door het bestuur, behoudens het recht van beroep op de algemeene vergadering. Art. 34. Voor zoover niet in deze statuten voorzien, gelden de bepalingen van de wet op de coöperatieve vereenigingen van den zeventienden November achttienhonderd zes en zeventig (Staatsblad nummer 227) en van de daarin bij latere wetten aangebachte of nog aan te brengen veranderingen, alsmede van het huishoudelijk reglement. Art. 35. Indien deze statuten niet in alle opzichten mochten voldoen aan de vereischten op straffe van nietigheid in de Coöperatiewet voorgeschreven, doet de vereeniging reeds bij voorbaat afstand van haar recht om tegenover derden eene exceptie van nietigheid op te werpen. Overgangsbepalingen. Art. 36. In afwijking met het vorenstaande, wat de wijze van benoeming betreft, treden voor de eerste maal op: de heer Mathieu Janssen, sub l genoemd, als voorzitter; de heer Hendrik Hilkens, voornoemd, als ondervoorzitter; de heer Jan Holtackers, voornoemd, als secretaris-penningmeester; de heeren Hubert van Bergen en Henri Joosten, voornoemd, als bestuursleden. Art. 37. In afwijking van het bepaalde in art. 17 wordt het bestuur bij deze gemachtigd alle tot de oprichting der vereeniging noodige voorbereidende werkzaamheden te verrichten, de akte van oprichting te doen verlijden en verder al datgene meer te doen, waaronder het opnemen van gelden en het doen van betalingen, het koopen van installatiegoederen, het aanstellen van personeel, hetgeen het bestuur zal goedvinden en zulks te zamen als ieder afzonderlijk met macht van substitutie. Ter uitvoering 1 dezer wordt onveranderlijk domicilie gekozen ten kantore van den notaris, bewaarder dezer akte. Waarvan akte, in minuut opgemaakt, is verleden te Baarlo, gemeente Maasbree, op heden den vijftienden October negentienhonderd achttien, in tegenwoordigheid van Stephan Arnold Scholte, candidaat- notaris, en Gerard Hubert Kengen, notarisklerk, beiden wonende te Blerick voormeld, als getuigen, met comparanten mij notaris bekend. Onmiddellijk na voorlezing dezer akte is dezelve door de comparanten en de getuigen met mij notaris onderteekend. (Get.:) M. Janssen, H. Hilkens, J. Holtackers, H. van Bergen, H. Joosten; G. H. Kengen. S. A. Scholte. H. Verheggen, notaris Geregistreerd te Venlo den vijf en twintigsten October 1900 achttien, deel 71, folio 163 verso, vak 3; acht bladen, geen renvooi. Ontvangen voor recht een gulden vijftig cent (f 1.50). De ontvanger (get.:) van de Velde. 

Bron: Staatscourant Bijvoegsel 20-11-1918 nr. 272

206 

Een collectieve veroordeling

Frans Janssen halfman Stockmanshof. 

25 juli 1752 wordt Frans Janssen de halfman van Stockmanshof voor het gerecht gedaagd wegens het laten weiden van zijn schapen op de gronden van het kerspel  zijnde de groesen (weiden) en de gronden waarop nog oogst staat. 

Frans verzet zich tegen deze aanklacht en het gevolg is dat een flink aantal inwoners en halfmannen ook worden aangeklaagd en op 19 september 1752  hetzelfde delict.  De namen zijn naast Frans Janssen: Hendrik Engels, Merten Beurskens, Kurst Douven, Simon Joosten, Sander Sanders, Reiner Beurskens, Stoffel Kessels, Willem aan de Voort, Jan van de Weem, halfman van Groot Hummeraaij, halfman van den Bosch, halfman van Claeshoff, halfman van Eijnderhoff, This Ingenoot, halfman van Coesdonckerhoff. Zij worden veroordeeld tot een boete van 3 Goud guldens.

Een Goud gulden ook wel klapmuts genoemd, was ter waarde van 28 stuivers. 

Frans Janssen lag vaak dwars en is vaak niet komen opdagen om diensten voor de gemeenschap uit te voeren.

Ook is hij een keer niet komen opdagen om met paard en kar naar Arcen te gaan om graan te laden en naar Wesel te brengen. 

16 mei 1757 wordt Frans Janssen aangeklaagd dat hij niet is komen opdagen om stro naar Roermond te brengen op last van de gebiedende heer.